Ondergrond en afwerking van kleiklinkers, blijven we scherp?

Niet verrassend. Als adviseur kleiklinkers bekijk en beoordeel ik met grote regelmaat straatwerk. Of ik nu aan het werk ben of niet, straatwerk ontgaat me niet meer. Overal waar ik kom, kan ik het niet laten om naar beneden te turen en mijn licht te laten schijnen. Het heeft me te pakken, het is een passie. Van mooi straatwerk kan ik echt genieten.

Problemen

In de praktijk kom ik ook wel eens minder mooi straatwerk tegen. Dat is vast ook niet verrassend. Maar niet getreurd, we kunnen er samen iets aan doen. Laten we bij het begin beginnen: de ondergrond. Duurzaam straatwerk begint altijd bij de juiste opbouw, eigenschappen en bewerking van de ondergrond. Indien hier onvoldoende aandacht aan wordt besteed, kunnen problemen in de bestrating ontstaan. Denk aan verzakkingen, onvlakheden, spoorvorming, opvriezing, opdooi, pompwerking of ‘kruipende’ stenen.

Tot en met de straatlaag

Voor een goede overdracht en spreiding van de horizontale en verticale belasting op de elementenverharding is een stabiele en goed afwaterende samenstelling van de bodem noodzakelijk. We weten dat de ondergrond vaak onstabiel, ondoorlatend of laag ligt ten opzichte van het grondwaterpeil (capillaire werking), zeker in Nederland. De bestaande ondergrond wordt in de meeste gevallen daarom opgehoogd of verbeterd met zand. Afhankelijk van het verkeer en de locatie wordt op deze onderfundering een fundering van doorgaans ongebonden materialen zoals beton of menggranulaat aangebracht.

Als laatste volgt de straatlaag van bijvoorbeeld straatzand of brekerzand. De straatlaag mogen we zeker niet onderschatten. Hij is onmisbaar voor het realiseren van een vlak bestratingsbed waarin het straatwerk zich door het intrillen zal gaan zetten.

Tips voor duurzaam straatwerk

Omdat ik mooi en duurzaam straatwerk een warm hart toedraag, geef ik graag een aantal tips dat ons helpt mooi straatwerk te maken:

  • Controleer met de betrokkenen of de fundering is verdicht volgens overeengekomen specificaties. Controleer ook de laagdikte en de bovenzijde ten opzichte van het profiel. Dit mag bij een overeengekomen laagdikte tot 250 mm niet meer afwijken dan 10 mm.
  • Ik zie bij lopende werken wel eens dat de straatlaag wordt gebruikt om een onvoldoende vlakke fundering te compenseren. Dat is niet goed, want de straatlaag mag nooit als fundering dienen, zo werk je onvlakheden in de hand. De straatlaag moet op funderingen minstens 40 mm zijn, bij brekerzand ten hoogste 50 mm en bij straatzand ten hoogste 70 mm.
  • Vanzelfsprekend is het ook belangrijk om de verdichtingsgraad van de straatlaag te controleren.
  • Naast de juiste samenstelling van de ondergrond zijn de kantopsluiting en voegvulling niet te onderschatten aspecten voor blijvend mooie bestrating. Er mag immers geen directe zijdelingse verplaatsing optreden. Het straatwerk moet dus goed zijn opgesloten. Met gezaagde passtenen werk je de kantopsluiting hoogwaardig af en kan bij het (mechanisch) straten direct de kantopsluiting gelegd worden.
  • Gedurende het straten is het zeker raadzaam het cunet (het uitgegraven gedeelte in een nietdraagkrachtige grondlaag) middels rijplaten zo min mogelijk te belasten.
  • Eenmaal gestraat en afgetrild is het belangrijk dat het straatwerk vóór gebruik wordt ingewaterd. Door de voegen daarnaast meermaals in te vegen en volledig te vullen, kunnen stenen niet gaan klapperen en afsplinteren. Geef de voegvulling de tijd zodat de voeg zich kan gaan zetten. Ga dus niet te snel het straatwerk schoonvegen met een veegzuigmachine. Daarna moet je bovendien weer altijd  gaan invoegen.  

Ziezo, nu staan alle neuzen weer dezelfde kant op! Voor meer adviesen kijk je op https://www.vandersandengroup.be/kleiklinkers

About the author
Erik Zijlstra | Adviseur kleiklinkers